Mag ik alsjeblieeeeeft nog een snoepje?

Bijgewerkt: feb 8

In dit blogbericht vind je een antwoord op onderstaande vragen:


Waarom zeurt mijn kind naar snoep? Hoe vaak mag mijn kind snoep eten? Hoeveel snoep mag mijn kind eten?

Hoe ga ik om met snoepmomenten?

Hoe vermijd ik discussies over snoep?


8 tips voor snoepmomenten bij kinderen


De zoete smaak van snoep valt natuurlijk altijd in de smaak. Dat is logisch, baby’s worden in de baarmoeder al blootgesteld aan suikers in het vruchtwater. Na de geboorte is de zoete en romige borst- en flesvoeding de eerste smaakindruk. Bitter en zure smaken waarschuwen in de natuur vaak voor giftige stoffen. Zoet staat daarentegen voor energie. Ideaal dus als je nog veel moet groeien. Natuurlijk maken fabrikanten alles nog aantrekkelijker door snoep aan te bieden in duizend-en-één kleuren en vormen en met een afbeelding van hun favoriete tv-figuur.


1. Zorg voor een vast snoepmoment.


Vaste snoepmomenten geven structuur. Dit kan bijvoorbeeld elke woensdag rond 4 uur. Je kinderen weten zo wanneer ze snoep mogen verwachten en zullen minder snel zeuren. Beperk snoepmomenten tot maximaal 1x per dag. Onder snoepmomenten vallen bijvoorbeeld koek, chips en frisdrank.




2. Verbied snoep niet


Snoep verbieden werkt averechts. De vaardigheid waarbij je leert om te gaan met verleiding en leert doseren is veel handiger in het leven. Probeer een neutrale houding te nemen over snoep. Dit kan je doen door snoep op dezelfde manier aan te bieden als de andere maaltijden. Spreek dus niet overdreven enthousiast over snoep of wanneer een kind snoep krijg. Je kind leert door wat het ziet. Doe jij heel enthousiast over snoep, dan neemt je kind dit hoogstwaarschijnlijk gewoon over.


3. Bepaal de hoeveelheid op voorhand


Als ouder kan je beter inschatten hoe de rest van de week er uit ziet. Zijn er nog feestjes gepland of een bezoekje aan de grootouders? Houd snoepmomenten best zo klein mogelijk. Bij speciale gelegenheden kunnen ze iets uitgebreider zijn.


4. Houd vol


Het kan enkele weken duren voordat je kind zich neerlegt bij de nieuwe afspraken. Zeurt je kind, blijf dan bij je standpunt. Blijft je kind zeuren? Dan kan je dit zeggen: “Je hebt nu 3x gevraagd of je een snoepje mag en mijn antwoord is steeds hetzelfde geweest. Ook als je het nog een keer aan me vraagt, blijft mijn antwoord hetzelfde. Je mag nu dus geen snoepje. Je kunt nu even wat anders gaan doen. Wat zou je willen doen?’ Je kan hierbij eventueel ook vertellen wanneer het volgende snoepmoment is.


5. Maak afspraken

Betrek je kinderen bij het maken van afspraken. Je zal op minder weerstand botsen dan wanneer je de afspraken oplegt. Natuurlijk geef je ze geen carte blanche. Je kan inspraak geven door hen te laten kiezen tussen verschillende opties. Bijvoorbeeld:

· Wil je een snoepmoment op woensdag na het eten of op vrijdag voor het avondeten (apertitief)?

· Wil je een stukje chocolade of liever wat letterkoekjes?

· Waar bewaren we het snoep dat we krijgen?


6. Plaats snoep uit het zicht


Als je snoep ziet kom je gemakkelijker in de verleiding om het op te eten. Ook al had je voordat je het snoep zag hier helemaal geen zin in. Je kan dit gemakkelijk oplossen door snoep uit het zicht te plaatsen. Ook in je kasten maak je snoep best onzichtbaar door ondoorzichtige verpakkingen te gebruiken.


7. Beloon, straf of troost niet met snoep


Flink eten belonen met een toetje bevestigt dat desserts lekkerder zijn dan ‘vieze’ groenten. Je leert je kind ook dat het snacks verdient als het iets goed gedaan heeft. Kies voor een sociale beloning bv: een dikke duim, samen een spelletje spelen,… Is je kind boos of verdrietig? Leer ze dan omgaan met die emoties. Heeft je kind bijvoorbeeld nood aan een knuffel, een babbel of een wandeling. Door te troosten met eten ontstaat er een verkeerde link tussen voeding en emoties.


8. Geef uitleg


Wil je graag uitleggen waarom snoepen niet zo gezond is? Vertrek dan vanuit de positieve insteek om zorg te dragen voor en te luisteren naar je lichaam. Maak de vergelijking met een huisje waarin je woont en dat je goed wil onderhouden. Als je dicht bij je lichaam staat is het gemakkelijker om ervoor te zorgen.